Baanregels

Het baanreglement geldt als meerdere trainingsgroepen tegelijkertijd van de baan gebruik maken (of voor een groep bestaande uit meerdere niveaus).
Het reglement is gebaseerd op de algemene bedoeling de baan, inclusief de faciliteiten en het materiaal, veilig, verantwoord en collegiaal te gebruiken.
De 10 baanregels bij AV Startbaan
- Gebruik baan 1 voor rondbaan tempo’s. Gebruik hier baan 2 niet voor als je niet aan het passeren bent.
- Baan 2 is om langzamere lopers in baan 1 te kunnen passeren.
- Baan 3 is de rust/ herstelbaan; hier kunnen pauzes worden gelopen en dit moet een veilige baan zijn. Doe hier dus geen tempo’s.
- Sprint, loopscholing, horden vinden in principe plaats in baan 4 t/m 8.
- Sprint in baan 1 en 2 nooit tegen de richting in.
- Als het nodig is om een sprint te doen in de binnenbaan, doe dit dan met de gehele groep tegelijkertijd.
- Loop in in baan 3, zoveel mogelijk aan de buitenkant van de baan.
- Wacht met de baan oversteken als er lopers aankomen, wissel ook niet van baan zonder te kijken.
- Stap niet plotseling uit, wissel niet plotseling van baan en let op voor plotselinge uitstappers.
- Kom niet op het middenterrein als er werpers actief zijn.
Extra baanregels (voor omstanders)
- De baan en het middenterrein mogen alleen door atleten en trainers betreden worden
- Op de baan en rondom de baan mag niet worden gevoetbald, dit levert gevaar op voor de atleten die aan het trainen zijn
Opruimen faciliteiten en materiaal
Ruim het materiaal en je faciliteiten na een training op. Veeg bijvoorbeeld de baan rondom de verspringbak goed schoon, leg het materiaal netjes terug, duw de (polstok)hoogspringbakken met beleid dicht, etc. Zo blijft het netjes en gebruiksklaar voor de volgende trainer en groep.